kabouter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·bou·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord kabouter kabouters
verkleinwoord kaboutertje kaboutertjes

Zelfstandig naamwoord

kabouter m

  1. goedaardige kwelgeest; verzinsel; klein mannetje met puntmuts
Vertalingen

Meer informatie