kabel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·bel
enkelvoud meervoud
naamwoord kabel kabels
verkleinwoord kabeltje kabeltjes

Zelfstandig naamwoord

kabel m

  1. lijn van 3 tot 6 ineengedraaide touwen van hennep, kunststof, staal of ander materiaal
  2. scheepvaart: kabel om het schip vast te leggen
  3. (elektrotechniek) is een samenstel van twee of meer geïsoleerde elektrische leidingen, met een gezamenlijke mantel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen