kabbelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kab·be·len
Woordherkomst en -opbouw
- Het woord is een onomatopee.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kabbelen |
kabbelde |
gekabbeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kabbelen
- (ergatief) zacht stromen en geluid maken
- Het beekje kabbelt tussen de velden en langs de bossen.