kabbelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kab·be·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Het woord is een onomatopee.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kabbelen
kabbelde
gekabbeld
zwak -d volledig

Werkwoord

kabbelen

  1. (ergatief) zacht stromen en geluid maken
    Het beekje kabbelt tussen de velden en langs de bossen.
Vertalingen