kaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaas.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaas
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Latijnse caseus, dat op zijn beurt teruggaat tot de Proto-Indo-Europese wortel ku̯at-, "gisten".
enkelvoud meervoud
naamwoord kaas kazen
verkleinwoord kaasje kaasjes

Zelfstandig naamwoord

kaas m

  1. (voeding) een voedingsproduct gemaakt van gestremde melk
    Veel Nederlanders eten vaak kaas.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kazen

kaas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kazen
    Ik kaas.
  2. gebiedende wijs van kazen
    Kaas!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kazen
    Kaas je?

Meer informatie


Afrikaans

Uitspraak
  • IPA: /kɑːs/
enkelvoud meervoud
naamwoord kaas kase

Zelfstandig naamwoord

kaas

  1. kaas