kaarden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaar·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kaarden
kaardde
gekaard
zwak -d volledig

Werkwoord

kaarden

  1. (overgankelijk) het behandelen van ruwe katoen of wol met behulp van een kaard
    Kamsters kamden of kaardden de wol, spinsters sponnen deze tot garen.
Vertalingen

Meer informatie