juweel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ju·weel
enkelvoud meervoud
naamwoord juweel juwelen
verkleinwoord juweeltje juweeltjes

Zelfstandig naamwoord

juweel o

  1. sieraad van grote schoonheid en hoge waarde
    De vorstin droeg juwelen van onvervangbare waarde.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen