jungle

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jun·gle
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jungle jungles
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jungle m

  1. tropisch oerbos
    Zij waren op expeditie in de jungle.
  2. overdrachtelijk een omgeving waar het wild toegaat
    Die sloppenwijken zijn een jungle waar een mens zijn leven niet zeker is.