juge
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- ju·ge
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord ljúga, via het Noorse woord ljuge.
| stamtijd | |||
|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
tegenwoordige tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| juge |
juger |
jugde |
jugd |
| Klasse 3 zwak | |||
Werkwoord
juge
- liegen
- «Jeg har bare jugd, jugd og jugd.»
- Ik heb louter gelogen, gelogen en gelogen.
- «Jeg har bare jugd, jugd og jugd.»
- een fout beeld van de realiteit geven.
Schrijfwijzen
Synoniemen
Verwijzingen
- Språknytt 1/2009, 10 maart 2009 (in het Noors)