journalist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jour·na·list
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Franse journal (dagelijks) met het achtervoegsel -ist.
enkelvoud meervoud
naamwoord journalist journalisten
verkleinwoord journalistje journalistjes

Zelfstandig naamwoord

journalist m

  1. (beroep) verslaggever, iemand die nieuwsfeiten publiceert
    De journalist schreef kritische artikelen over de bezetting.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen