jammeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- jam·me·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| jammeren |
jammerde |
gejammerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
jammeren
- (inergatief) klagende, huilende geluiden maken
- Zij jammerde dat haar geld gestolen was.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. klagende, huilende geluiden maken
Zelfstandig naamwoord
jammeren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord jammer