jaknikker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈjaknɪkər/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈjaknɪkər/
Woordafbreking
- ja·knik·ker
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jaknikker | jaknikkers |
| verkleinwoord | jaknikkertje | jaknikkertjes |
Zelfstandig naamwoord
jaknikker m
- iemand die de eigen mening niet uitspreekt
- Dat bestuur zit half vol met jaknikkers.
- een pomp met een tegengewicht die constant op en neer gaat
- Hij fietste elke ochtend langs de jaknikkers.
Vertalingen
1. iemand die de eigen mening niet uitspreekt
2. een pomp met een tegengewicht die constant op en neer gaat
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.