irriteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
irriteren irriterend
irritatie geïrriteerd
Uitspraak
Woordafbreking
  • ir·ri·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
irriteren
irriteerde
geïrriteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

irriteren

  1. (overgankelijk) op onaangename wijze prikkelen
    Hij raakte geïrriteerd door het onophoudelijke geklaag van zijn studenten.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen