inwilligen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·wil·li·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inwilligen |
willigde in |
ingewilligd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
inwilligen
- (ditransitief) aan een verzoek voldoen
- Zij hebben uiteindelijk toch van de gemeente hun verzoek ingewilligd gekregen.