inwilligen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·wil·li·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inwilligen
willigde in
ingewilligd
zwak -d volledig

Werkwoord

inwilligen

  1. (ditransitief) aan een verzoek voldoen
    Zij hebben uiteindelijk toch van de gemeente hun verzoek ingewilligd gekregen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen