inwijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·wij·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inwijden |
wijdde in |
ingewijd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
inwijden
- (overgankelijk), (religie) ritueel voor een bepaalde geheiligde functie geschikt maken
- De bisschop kwam om de nieuwe kerk in te wijden.
- (overgankelijk) iemand toegang verschaffen tot kennis die niet iedereen heeft
- Hij werd ingewijd in de rituelen van de sekte.