invoer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • in·voer

Werkwoord

vervoeging van
invaren

invoer

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van invaren
    ... dat ik invoer.
    ... dat jij invoer.
    ... dat hij, zij, het invoer.
vervoeging van
invoeren

invoer

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van invoeren
    ... dat ik invoer.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen