invloed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈɪnvluːt/
Woordafbreking
- in·vloed
Vaste voorzetsels
- invloed hebben op
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | invloed | invloeden |
| verkleinwoord | invloedje | invloedjes |
Zelfstandig naamwoord
invloed m
- inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere
- Dit schilderwerk vertoont impressionistische invloeden.
- het vermogen om op anderen in te werken
- Als hoge ambtenaar heeft hij een grote invloed.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere