invallen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • in·val·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van vallen met het voorvoegsel in-

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
invallen
viel in
ingevallen
klasse 7 volledig

invallen

  1. (ergatief) vallend iets binnengaan.
    Hij viel de kuil in.
  2. (ergatief) iemands plaats tijdelijk innemen, bijvoorbeeld wanneer deze verhinderd is.
    Hij is voor haar ingevallen.
  3. (ergatief) plotseling verschijnen.
    Ik kon door die typfout niet uitmaken of de vorstin gevallen of de vorst ingevallen was.
Persoonlijke instellingen
Andere talen