inval
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·val
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | inval | invallen |
| verkleinwoord | invalletje | invalletjes |
Zelfstandig naamwoord
inval m
- het plotseling met een leger- of politiemacht binnendringen in een gebouw of gebied
- De politie heeft een inval gepleegd in dat pand en vond er een metamfetaminefabriekje.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| invallen |
inval
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van invallen
- ... dat ik inval.