introduceren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·tro·du·ce·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| introduceren |
introduceerde |
geïntroduceerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
introduceren
- (overgankelijk) iets nieuws inbrengen of invoeren
- Dat introduceert ongemerkt een andere foutenbron.
- (overgankelijk) iemand voor het eerst aan mensen voorstellen
- Hij werd door de gastvrouwe geïntroduceerd.