interneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·ne·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
interneren
interneerde
geïnterneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

interneren

  1. een verplichte verblijfplaats aanwijzen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen