integreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·te·gre·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| integreren |
integreerde |
geïntegreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
integreren
- (overgankelijk) (politiek) tot een samenhangende groep maken
- Het doel van dit beleid is de nieuwkomers zo snel mogelijk te integreren in de samenleving.
- (overgankelijk) (wiskunde) een bewerking op een functie uitvoeren die de limiet van de sommering erover in een nieuwe functie uitdrukt
Antoniemen
- [1]: segregeren
- [2]: differentiëren