instemmen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·stem·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| instemmen |
stemde in |
ingestemd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
instemmen
- (inergatief) het eens zijn