inspecteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
inspecteren geïnspecteerd
inspectie
Uitspraak
Woordafbreking
  • in·spec·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inspecteren
inspecteerde
geïnspecteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

inspecteren

  1. (overgankelijk) grondig en nauwkeurig bekijken
    De monteur inspecteerde mijn auto, maar hij kon het gebrek niet vinden.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen