inslag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·slag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inslag inslagen [3,4]
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inslag m

  1. de draden die tijdens het weven tussen de opgespannen draden van de schering ingebracht worden
    Omdat de draad van de inslag brak moest de wever corrigerend optreden.
  2. iemands geaardheid
    Die kunstzinnige inslag zit in de familie.
  3. het met grote snelheid inslaan van een voorwerp, bijvoorbeeld een bom of een meteoriet
    De uitstervingsgolf aan het eind van het krijt wordt algemeen toegeschreven aan de inslag van een meteoriet die een grote krater in Yucatan achterliet.
  4. een naar de binnenzijde omgeslagen deel van een boekomslag
    Op de inslag stond een levensbeschrijving van de schrijfster.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen