inslaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·slaan
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inslaan |
sloeg in |
ingeslagen |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
inslaan
- (ergatief) met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
- De bom sloeg in in de achterkant van het huis.
- (ditransitief) iets ~ met een slag iets naar binnen toe doen verbuigen of breken
- De woeste krijger sloeg zijn tegenstander met een knots de hersens in.
- (overgankelijk) voorzien van benodigdheden
- Drank en hapjes inslaan voor een fuif.