inn
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Angelsaksisch
Zelfstandig naamwoord
inn o
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| inn | inns |
Zelfstandig naamwoord
inn
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- inn
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord inn.
| Naar frequentie | 90 |
|---|
Bijwoord
inn
- (om beweging) binnen, in-
- «Jeg går inn i huset.»
- Ik ga het huis binnen.
- «Den norske ambassaden i Kabul frarådet Pål Refsdal å reise inn i Kunar.»
- De Noorse ambassade in Kabul heeft Pål Refsdal afgeraden naar Kunar te reizen.
- «Jeg går inn i huset.»
- (van tijd) in
- «Snart går vi inn i julen.»
- Binnenkort gaan we de kersttijd in.
- «Snart går vi inn i julen.»
- (in bepaalde uitdrukkingen) in- (inslijpen, inrijden)
Antoniemen
- [1-2]: ut
Afgeleide begrippen
- [1]: inn i
Uitdrukkingen en gezegden
- [3]: kjøre inn en ny bil
een auto inrijden
- [3]: øve inn en rolle
een rol instuderen/oefenen
Voorzetsel
inn
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- inn
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Engelse woord in.
Bijwoord
inn
- (om beweging) binnen, in-
- «Eg går inn i huset.»
- Ik ga het huis binnen.
- «Eg går inn i huset.»
- (om tijd) in, naar
- (in bepaalde uitdrukkingen) in- (inslijpen, inrijden)
Schrijfwijzen
Antoniemen
- [1-2]: ut
Afgeleide begrippen
- [1] inn i
Voorzetsel
inn