inloggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·log·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van loggen met het voorvoegsel in-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inloggen
logde in
ingelogd
zwak -d volledig

Werkwoord

inloggen

  1. (inergatief) Verbinding bewerken met een centrale computer via modem of toetsenbord op afstand
    Dat inloggen was zo gepiept. Helaas betrof het een ingelogde vandaal.