inlijven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·lij·ven
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inlijven |
lijfde in |
ingelijfd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
inlijven
- iemand in een groep opnemen
- Hij werd bij het leger ingelijfd.
- het toeëigenen van een grondgebied
- Oostenrijk werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door Duitsland ingelijfd.
- toekomende tijd enkelvoud en meervoud van inlijven
- Zij zullen dat land binnenkort inlijven.
Synoniemen
- [2] annexeren
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iemand in een groep opnemen