inkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van komen met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inkomen
kwam in
ingekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

inkomen

  1. (ergatief) binnendringen in een afgesloten ruimte
    De regen is via het plafond de kamer ingekomen.
  2. zich verplaatsen in iemands gedachtengang
    Ja, daar kan ik wel inkomen.
enkelvoud meervoud
naamwoord inkomen inkomens
verkleinwoord inkomentje inkomentjes

Zelfstandig naamwoord

inkomen o

  1. (economie) regelmatig verkregen som geld
    Net nadat mijn inkomen was gestort heb ik een nieuwe computer gekocht.
Vertalingen