informant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·for·mant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | informant | informanten |
| verkleinwoord | informantje | informantjes |
Zelfstandig naamwoord
informant m
- iemand die bereid is informatie te geven aan de autoriteiten over het gebeuren in de onderwereld of het verzet
- Ze kwamen erachter dat hij een informant geworden was.