infectie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·fec·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | infectie | infecties |
| verkleinwoord | (infectietje) | (infectietjes) |
Zelfstandig naamwoord
infectie v
- (medisch) een besmetting van lichaamsweefsel met ziekteverwekkers als bacteriën, virussen, schimmels of parasieten en de daaropvolgende ontstekingsreactie
- Omdat hij niet al te hygiënisch met zijn contactlenzen omging, had hij al gauw een infectie aan zijn oog.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een besmetting van lichaamsweefsel met ziekteverwekkers als bacteriën, virussen, schimmels of parasieten en de daaropvolgende ontstekingsreactie