inductie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·duc·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | inductie | inducties |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
inductie v
- (medisch) gevolgtrekking
- (biologie) het opgang komen van een ontwikkeling in een organisme of weefsel door beïnvloeding door een ander deel
- (psychologie) de beïnvloedende werking door iemand met een geestelijke stoornis op mensen uit zijn omgeving
- (filosofie) het redeneren waarbij men de afwijking als uitgangspunt neemt en daaruit de algemene regel probeert af te leiden
- (wiskunde) een bewijsvoering door de systematiek van enkele typerende gevallen vast te stellen en te bewijzen dat alle overige gevallen zich overeenkomstig gedragen
- (taalkunde) de klankwijziging van een klinker door de klank van de erop volgende lettergreep
- (natuurkunde) (elektrotechniek) het ontstaan van een spanning in een elektrische geleider door een wijziging in het omringende magneetveld
Synoniemen
- [2] ontlokking, teweegbrenging, veroorzaking
- [3] beïnvloeding, inboezeming, inwerking
- [6] klankverandering, klinkerverandering
Antoniemen
Hyponiemen
- [7] zelfinductie
Afgeleide begrippen
- [5] structurele inductie, volledige inductie
- [7] inductiefornuis, inductieklos, inductiekookplaat, inductielijn, inductielus, inductiemotor, inductiespanning, inductiespoel, inductiestroom, inductietoestel, zelfinductieklos
Verwante begrippen
- [3] suggestie
- [6] umlaut
- [7] antenne, bobine, detectielus, dynamo, pinpas, ringleiding, sensor, smoorspoel, transformator, ontstekingsspoel
Vertalingen
1. gevolgtrekking
2. het opgang komen van een ontwikkeling door beïnvloeding door een ander deel
3. de beïnvloedende werking op andere mensen
4. het redeneren uitgaande van de afwijking
5. bewijsvoering uitgaande van typende gevallen
7. spanningsopwekking in geleider
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.