indicator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·di·ca·tor
enkelvoud meervoud
naamwoord indicator indicatoren
indicators
verkleinwoord indicatortje indicatortjes

Zelfstandig naamwoord

indicator m

  1. (economie) een meting, waarneming of statistiek die iets aangeeft
    Het aantal nieuwe kleine bedrijfjes is een goede indicator van de te verwachten groei in werkgelegenheid.
  2. (scheikunde) een stof die door een kleuromslag een verandering in de zuurgraad of de elektrochemische potentiaal aangeeft
    Lakmoes is een van de bekendste indicators.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen