indicator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·di·ca·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord indicator indicatoren
indicators
verkleinwoord indicatortje indicatortjes

Zelfstandig naamwoord

indicator m

  1. verschijnsel dat op iets wijst, factor die iets aangeeft (b.v. een indicatielamp)
  2. getal dat een betrouwbare aanwijzing is voor de waarde van iets
  3. (economie) een meting, waarneming of statistiek die iets aangeeft
    Het aantal nieuwe kleine bedrijfjes is een goede indicator van de te verwachten groei in werkgelegenheid.
  4. (scheikunde) een stof die door een kleuromslag een verandering in de zuurgraad of de elektrochemische potentiaal aangeeft
    Lakmoes is een van de bekendste indicators.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Meer informatie