incident

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ci·dent
enkelvoud meervoud
naamwoord incident incidenten
verkleinwoord incidentje incidentjes

Zelfstandig naamwoord

incident o

  1. een opschudding verwekkend voorval
    Er was gisteren een ernstig incident aan de grens met Noord-Korea.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen