inboorling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: inboorling (hulp, bestand)
- IPA: /ɪmborlɪŋ/
Woordafbreking
- in·boor·ling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | inboorling | inboorlingen |
| verkleinwoord | inboorlingetje | inboorlingetjes |
Zelfstandig naamwoord
inboorling m
- een autochtone bewoner van een niet-westers land
- In dat land woonden inboorlingen'.'
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.