inboorling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·boor·ling
enkelvoud meervoud
naamwoord inboorling inboorlingen
verkleinwoord inboorlingetje inboorlingetjes

Zelfstandig naamwoord

inboorling m

  1. een autochtone bewoner van een niet-westers land
    In dat land woonden inboorlingen'.'

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen