importeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·por·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
importeren
importeerde
geïmporteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

importeren

  1. (overgankelijk) (economie) vanuit het buitenland betrekken
    Er werd veel geïmporteerd in dit jaar.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen