impliciet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pli·ciet
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen impliciet implicieter implicietst
verbogen impliciete implicietere implicietste

Bijvoeglijk naamwoord

impliciet

  1. niet uitdrukkelijk gezegd of erbij geschreven, maar wel in het gezegde of geschrevene opgesloten liggend
    In die tekst valt een impliciet verband te herkennen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen