impliciet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- im·pli·ciet
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | impliciet | implicieter | implicietst |
| verbogen | impliciete | implicietere | implicietste |
Bijvoeglijk naamwoord
impliciet
- niet uitdrukkelijk gezegd of erbij geschreven, maar wel in het gezegde of geschrevene opgesloten liggend
- In die tekst valt een impliciet verband te herkennen.