imperium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pe·ri·um
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord imperium imperia
imperiums
verkleinwoord imperiumpje imperiumpjes

Zelfstandig naamwoord

imperium o

  1. wereldrijk
  2. opperheerschappij
    imperium bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl



Latijn

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

imperium o

  1. bevel, verordening
    • imperium observare
      • het bevel in acht nemen
  2. macht, gezag
    • summa imperii
      • hoogste macht
    • pro imperio
      • uit hoofde van zijn gezag
  3. heerschappij
  4. (militair) opperbevel
  5. ambt
Verbuiging