imperium

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Latijn

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

imperium o

  1. bevel, verordening
    • imperium observare
      • het bevel in acht nemen
  2. macht, gezag
    • summa imperii
      • hoogste macht
    • pro imperio
      • uit hoofde van zijn gezag
  3. heerschappij
  4. (militair) opperbevel
  5. ambt
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief imperium imperia
genitief imperiī imperiōrum
datief imperiō imperiīs
accusatief imperium imperia
vocatief imperium imperia
ablatief imperiō imperiīs
Persoonlijke instellingen