imperatief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- im·pe·ra·tief
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | imperatief | imperatieven |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
imperatief m
- de vorm waarin een werkwoord gebruikt wordt als iets zeker gedaan moet worden
Synoniemen
Vertalingen
1. de vorm waarin een werkwoord gebruikt wordt als iets zeker gedaan moet worden