impaciencia

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pa·cien·cia
enkelvoud meervoud
impaciencia impaciencias

Zelfstandig naamwoord

impaciencia v

  1. ongeduld
Synoniemen
  1. A Coso debió de parecerle falsa modestia, porque reprimió una mueca de impaciencia. [1]
Verwijzingen
  1. Arturo Pérez-Reverte, El club Dumas, 1993 (2008 uitg., ISBN 978-84-663-2070-2)