immuniteit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: immuniteit (hulp, bestand)
Woordafbreking
- im·mu·ni·teit
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Engelse immunity of het Franse immunité, van het Latijnse 'immunitas' met het achtervoegsel -iteit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | immuniteit | immuniteiten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
immuniteit v
- (medisch) onvatbaarheid voor een ziekte