idioot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Lettergrepen
- idi·oot
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse idiōta ("idioot"), dat komt van het Oudgriekse ἰδιώτης (idiōtēs, "onopgevoede; leek"), dat komt van ἴδιος (idios, "zichzelf, privaat, apart").
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | idioot | idioter | idiootst |
| verbogen | idiote | idiotere | idiootste |
Bijvoeglijk naamwoord
idioot
- een grote maat van zwakzinnigheid hebbend.
- Daar woont een naar mijn mening idiote man.
- dwaas.
- Dat was echt een idiote actie.
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | idioot | idioten |
| verkleinwoord | idiootje | idiootjes |
Zelfstandig naamwoord
idioot m
- iemand die een grote maat van zwakzinnigheid heeft.
- Veel mensen noemen hem een idioot.
- een dwaas.
- Wat ben jij toch een idioot.
Vertalingen
1.

