identiteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • iden·ti·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord identiteit identiteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

identiteit v

  1. een kenmerk dat je onderscheidt van anderen en bepaalt wie je bent
    De agent vroeg of ik mijn identiteit kon aantonen.
Vertalingen