identiteit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- iden·ti·teit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | identiteit | identiteiten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
identiteit v
- een kenmerk dat je onderscheidt van anderen en bepaalt wie je bent
- De agent vroeg of ik mijn identiteit kon aantonen.