identificeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- iden·ti·fi·ce·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| identificeren |
identificeerde |
geïdentificeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
identificeren
- (overgankelijk) de identiteit van iets vaststellen
- Het fossiel werd later geïdentificeerd als een vervalsing.