hunkeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hun·ke·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hunkeren |
hunkerde |
gehunkerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
hunkeren
- (inergatief) ~ naar: een sterk verlangen koesteren naar iets
- Zij hunkerde naar een beetje erkenning.