hub

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • hub

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord hub hubs
verkleinwoord

hub m

  1. bep. onderdeel van een computernetwerk.
  2. knooppunt in het luchtverkeer.

Meer informatie

Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/hub"
Persoonlijke instellingen