houw
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- houw
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| houwen |
houw
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houwen
- Ik houw.
- gebiedende wijs van houwen
- Houw!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houwen
- Houw je?
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | houw | houwen |
| verkleinwoord | houwtje | houwtjes |
Zelfstandig naamwoord
houw m
- een slag met een scherp voorwerp
- Met krachtige houwen voltooide de kunstenaar zijn beeldhouwwerk.
Synoniemen
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.