houw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • houw

Werkwoord

vervoeging van
houwen

houw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houwen
    Ik houw.
  2. gebiedende wijs van houwen
    Houw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houwen
    Houw je?
enkelvoud meervoud
naamwoord houw houwen
verkleinwoord houwtje houwtjes

Zelfstandig naamwoord

houw m

  1. een slag met een scherp voorwerp
    Met krachtige houwen voltooide de kunstenaar zijn beeldhouwwerk.
Synoniemen
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen