hotel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: hotel (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɦo.ˈtɛɫ/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɦo.ˈtɛɫ/
- (Limburg): /ho.ˈtɛl/
Woordafbreking
- ho·tel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hotel | hotels |
| verkleinwoord | hotelletje | hotelletjes |
Zelfstandig naamwoord
hotel o
- een plaats waar mensen kunnen overnachten tegen betaling
- spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter h
Synoniemen
- [2]Hendrik
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een plaats waar mensen kunnen overnachten tegen betaling
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Indonesisch
Woordafbreking
- ho·tel
Zelfstandig naamwoord
hotel
Afgeleide begrippen
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| hotel | hoteles |
Zelfstandig naamwoord
hotel m