horizon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·ri·zon
Woordherkomst en -opbouw
  • Grieks: ορίζοντας, gezichtseinder
enkelvoud meervoud
naamwoord horizon horizonnen
horizonten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

horizon m

  1. de denkbeeldige lijn tot waar men het aardoppervlak kan zien en waar het aardoppervlak en de lucht elkaar lijken te raken
    De zon staat in het verre noorden altijd laag aan de horizon.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
horizon horizons

Zelfstandig naamwoord

horizon

  1. horizon


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

horizon

  1. horizon


Indonesisch

Zelfstandig naamwoord

horizon

  1. horizon
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen