horde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hor·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | horde | horden, hordes |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- een obstakel dat in de weg staat
- De bergpas is een grote horde die we moeten nemen.
- Zijn tegenwerking kon nog wel eens de grootste horde worden.
- een groep rumoerige mensen
- Vanaf het station kwam ons een horde mensen tegemoet lopen.